Dat er tijdens de Middeleeuwen heel anders werd gegeten kunnen we ons wel voorstellen, maar wat is er bekend over het tafelen in die tijd?

Tijdens de Middeleeuwen was de voeding veel eenzijdiger en eenvoudiger. Men at veel zwaarder, meer en onregelmatiger. Dat men anders at is ook wel begrijpelijk, gezien de andere levensomstandigheden.

De smaak van onze voorouders was niet zo verfijnd. Deze was dan ook veel extremer en meer uitgesproken. Men had een voorkeur voor spijzen die zuur, zoet en scherp waren. Zij maakten veel meer gebruik van specerijen. De merkwaardigste combinaties werden op tafel gezet. Van echte kookkunst kan men dan ook niet spreken. De kwantiteit was veel belangrijker dan de kwaliteit.

Kookboeken waren er wel, zowel geschreven als gedrukt, maar daarvoor moest je wel kunnen lezen en dat was alleen maar weggelegd voor de geestelijkheid en voor de adellijke en rijke burgers. Maar ook mét kookboek was het toch vaak behelpen, gewichten en kooktijden trof men er namelijk niet vaak niet aan. Men werkte met een zandloper, op gevoel of met behulp van de lengte van een gebed als maat voor de tijd.

Lange tijd at men slechts twee maaltijden per dag. Maar omdat de eerste maaltijd langzaam naar de middag verschoof kreeg men 's morgens behoefte aan een lichte maaltijd. Zo ontstond het ontbijt.

De Middeleeuwen staan bekend om de grote maatschappelijke verschillen. Zo kon lang niet iedereen zich een levensstijl permitteren met een uitbundige wijze van eten. Als je arm was, wat de meeste mensen in die tijd waren, moest je het met veel minder doen. Zij moesten zich voeden met eenvoudige graanpap, brood, uien, kool en wortels. Er waren nogal wat steden waar het stadsbestuur regels uitvaardigde voor dienstboden en het gewone volk, voor het geval dat die iets te vieren hadden. Er werd voorgeschreven wat en hoeveel er gegeten mocht worden en hoeveel en welke gasten er mochten worden uitgenodigd. Verder werden er geen bedelaars, die toch alleen maar hun maag wilden vullen, toegestaan. Bovendien mocht er geen wijn worden geschonken.

Omdat de kooplieden hun steeds sterker wordende positie ten opzichte van de adel graag wilden benadrukken probeerden zij de adel de loef af te steken. Uitgebreide en kostbare maaltijden waren daartoe één van de middelen. Zij genoten in vergelijking met het gewone volk ook een grotere vrijheid.

Brood
Brood was een belangrijk bestanddeel van het voedselpakket. Men had het in allerlei vormen en het werd gemaakt van vele soorten granen. Tarwe, gerst, rogge, haver, boekweit en gierst werden gebruikt als ingrediënten. Omdat brood voor de arme vaak niet te betalen was moest hij het vaak met pap en brij doen. Bij "bijzondere" gelegenheden, vooral als er iemand werd opgehangen of verbrand, kreeg het publiek luxe witte tarwebrood. Een schrale troost!

Omdat brood zo belangrijk was, is het begrijpelijk dat de bakkers onder strenge controle stonden. Zo werd het gewicht van het brood nauwkeurig in de gaten gehouden. Ook bestond er, zeer opvallend, een verbod op het meebakken van zemelen in brood. Overtredingen van de regels werden streng bestraft.

Omdat men veel thuis brood bakte, trof men bij tal van huizen een losstaand bakhuis aan. Sommige huisvrouwen werden beroemd om hun broodbakkunst, zij werden dan ook vaak ingeschakeld bij officiële feesten van het stadsbestuur.